Home  › ... Thema's › Nazorg

Waarom nazorg belangrijk is

Als een kind overlijdt, moeten ouders en eventuele broertjes en zusjes zich opnieuw verhouden tot hun leven. Je kind is niet meer fysiek aanwezig, maar de band met je kind blijft. Die band krijgt langzaam een andere vorm. Dat proces kan veel spanning en pijnlijke emoties oproepen. Nazorg door zorgverleners die een gezin goed kennen kan hierbij ondersteunen. Het helpt om stil te staan bij wat er is gebeurd en antwoorden te krijgen op vragen. Deze steun in de eerste periode na het overlijden helpt om gecompliceerde rouw te voorkomen en draagt bij aan meer rust en houvast op de langere termijn. 

Wat hoort er bij nazorg? 

1. Aandacht en ondersteuning rond het overlijden 

  • Samen verzorgen van het kind (bijv. wassen, aankleden) als ouders dat prettig vinden. 
  • Helpen met praktische zaken zoals opbaring en materialen verwijderen uit huis. 
  • Zorg voor een rustige, respectvolle afronding van de zorg. 

2. Nazorggesprekken met zorgverleners 

Nazorggesprekken vinden gewoonlijk plaats zo’n zes tot acht weken na het overlijden van een kind. Daarbij kijken ouders en zorgverleners samen terug. Het gesprek biedt ruimte voor:

  • Terugkijken op de zorg en de laatste periode. 
  • Bespreken wat goed ging en wat vragen oproept. 
  • Helpen begrijpen waarom bepaalde keuzes in de zorg zijn gemaakt. 
  • Delen hoe het met jullie gaat, als ouder en als gezin. 

Dit gebeurt vaak met een kinderverpleegkundige die het gezin al goed kent en die een vertrouwd aanspreekpunt blijft. Duidelijkheid over het ziekteverloop en de zorg helpt ouders om verder te kunnen.  

3. Aandacht voor het hele gezin 

  • Hoe gaat het met ouders, broers en zussen? 
  • Zijn er signalen van langdurige of vastlopende rouw? 
  • Is er extra hulp nodig van een rouwbegeleider, psycholoog of geestelijk verzorger? 

In nazorggesprekken kijken zorgverleners hoe het met ieder gezinslid gaat. Ze letten op signalen van overbelasting, depressie, angst of vastlopende rouw. Als het nodig is, zorgen ze voor een doorverwijzing naar gespecialiseerde ondersteuning zoals een rouwbegeleider, psycholoog of geestelijk verzorger. 

4. Informatie en houvast 

Tijdens het levenseinde leven veel ouders in een waas. Juist dan is het moeilijk te overzien wat er mogelijk is aan nazorg. Zorgverleners leggen uit wat je mag verwachten, welke vormen van steun er zijn en hoe je als gezin verder kunt in deze moeilijke periode.

hulpmiddelen
fa-tools

Praktische hulpmiddelen

De emBRACE-studie onderzocht hoe ouders het verlies en de rouw rondom het overlijden van hun kind ervaren, en wat hen helpt. Met de resultaten zijn praktische hulpmiddelen ontwikkeld: onder andere films met ervaringen van ouders en nazorggesprekken, informatie voor ouders én handreikingen voor zorgverleners. De materialen zijn ontwikkeld samen met ouders die dit zelf hebben meegemaakt, aangevuld met kennis van zorgprofessionals.

Herziening richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen

In de herziene richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen is sinds 2022 ook een stuk over verlies, rouw en nazorg opgenomen. Zo staan hier onder andere de componenten waaraan nazorg/rouwzorg zou moeten voldoen. De richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen geeft professionals, ouders en verzorgers handvatten en een naslagwerk om de zorg voor kinderen met een levensduurverkortende of levensbedreigende ziekte en hun gezin nog beter te kunnen realiseren. 

Nazorg in lesmodule Kinderverpleegkunde 

Er is een specifieke lesmodule over de psychosociale aspecten van kinderpalliatieve zorg ontwikkeld, waarin ook aandacht aan nazorg wordt besteed. De lesmodule is geborgd in de curricula van een aantal (vervolg)opleidingen (kinder)verpleegkunde; de Zorgacademie Erasmus MC, de Vu-Amstel Academie Amsterdam en de Radboud Health Academy. 

Lesmodule psychosocials aspecten

De brief van Neeltje Staats

Geef ouders de tijd en de kans om zich enigszins te herstellen

Werken aan vergoeding van nazorg 

Op dit moment is er voor gezinnen geen vergoeding beschikbaar voor nazorggesprekken. Het Zorginstituut Nederland ziet nazorg als verzekerde zorg binnen de zorgverzekeringswet (Zvw) en de wet langdurige zorg (wlz). In de praktijk is er echter geen aparte vergoeding voor. In de huidige zorgtarieven is meestal ruimte voor één tot twee gesprekken, wat voor veel gezinnen niet voldoende is. Uit onderzoek blijkt dat zorgverleners nu vaak extra nazorg op vrijwillige basis verlenen. Dat is betrokken en waardevol, maar geen structurele oplossing. 

Samen met ouders, belangen- en beroepsverenigingen, en de brancheorganisatie voor de integrale kindzorg (BINKZ) werken we aan een duidelijke beschrijving van wat goede nazorg is en hoeveel ondersteuning gezinnen nodig hebben. Als deze definitie en omvang onder de verzekerde zorg valt, zetten we ons in voor passende vergoedingen. Zodat gezinnen na het overlijden van hun kind kunnen rekenen op de nazorg die zij nodig hebben, gegeven door zorgverleners die zij al kennen. Dit zijn niet alleen de medisch-specialisten maar ook kinderverpleegkundigen in derde, tweede of eerste lijn, huisartsen en andere zorgprofessionals zoals fysiotherapeuten.  

Laatste nieuws

Zorg voor verlies en rouw bij ouders integreren in de kinderpalliatieve zorg

Wanneer praat je over verlies en rouw? En hoe pak je dat aan?


Wanneer praat je over verlies en rouw? En hoe pak je dat aan? Eline Kochen (project uitvoerder, UMC Utrecht) en Marijke Kars (projectleider, UMC Utrecht) hopen met het onderzoek emBRACE* ouders en zorgverleners handvatten te bieden voor de omgang met verdriet en rouw bij ouders van ernstig zieke kinderen rondom het levenseinde van hun kind.

Het onderzoek is ontstaan vanuit de behoeften van zowel ouders als zorgverleners. “Ouders ervaren een opeenstapeling van verlieservaringen gedurende het levenseinde van hun kind”, vertelt Eline. “Ze vinden het fijn als deze ervaringen - en het verdriet dat daaraan gekoppeld is - een plek krijgt in de spreekkamer. Dit gebeurt nu ook met enige regelmaat, maar het zou een stevigere positie mogen hebben. Zorgverleners vinden het vaak een uitdaging hoe ze hierover met ouders in gesprek kunnen gaan.”


Gesprekken in het werkveld

Het emBRACE onderzoek is opgebouwd vanuit vier invalshoeken. Na een uitgebreid literatuuronderzoek naar theorieën over verlies en rouw heeft Eline artsen en verpleegkundigen benaderd met de vraag hoe zij zorg rondom verlies en rouw ervaren. Hoe wordt het aangeboden, waar ze lopen ouders tegenaan en wat helpt hen. Ook is er onderzoek gedaan naar nazorggesprekken. Dit gesprek vindt standaard plaats ongeveer 6-8 weken na overlijden van een kind. Verschillende nazorggesprekken zijn opgenomen en alle betrokkenen konden vertellen hoe ze het gesprek hebben ervaren.

Eline_1

Eline in gesprek


Als ouder je staande houden

Aansluitend sprak Eline ouders van zowel ernstig zieke kinderen als recent overleden kinderen. Wat is er op hen afgekomen en op welk moment ervaren zij het verdriet en die gevoelens van rouw? Hoe gaan ze daar mee om, is er wel ruimte voor? En: wat voor ondersteuning zouden ze daarbij willen, of nodig hebben?

Eline vertelt: “Het was heel bijzonder om ouders te interviewen over hun persoonlijke ervaring in zo’n kwetsbare situatie. Dat ouders, te midden van alle heftigheid die dan speelt, mij toelaten hen te bevragen over hoe ze dat ervaren. En daarbij hun emoties en behoeften delen.”

“De ouders hebben ons veel inzichten gegeven. Ze zijn zich continue bewust van het feit dat hun kind gaat overlijden. Dat er een verkorte levensduur is en dat ze naar het levenseinde toeleven. En ook al komt het niet in een zorggesprek naar voren, dat besef is er altijd”, vertelt Eline.

Ouders moeten veel verschillende ballen in de lucht houden. Ze zijn een spin in het web. Eline legt uit: “Je wilt er in de eerste plaats zijn voor je kind en het hele gezin. Je wilt dat je kind nog het meeste uit het leven haalt en dat je jouw ouderschap goed vorm kan geven. Maar ook dat je zelf staande blijft, dat je een volwaardige gesprekspartner bent voor zorgverleners. Te midden van die dynamiek hebben ouders dan ook nog het gevoel van verlies en rouw. Ze proberen dat verdriet zo klein en behapbaar mogelijk te houden, zodat er meer ruimte overblijft om ook van de leuke dingen te genieten. Ook proberen ze zich te focussen op de goede dingen die er nog zijn en de zorg voor kind en gezin waar te maken.”

Bij momenten komen ouders wel in contact met hun verdriet, door de confrontatie met het daadwerkelijke verlies of met de intensiteit van het naderende verlies. Het verdriet kan zich dan opdringen, of ouders kunnen er even ruimte voor maken door bijvoorbeeld kort afstand te nemen van de situatie of door steun te zoeken. 

 

Onzekerheid

Na alle gesprekken viel op dat er in de kinderpalliatieve zorg veel onzekerheid zit verweven.

Over het ziekteverloop in tijd en symptomen, maar ook onzekerheid vanuit de zorgverlener over de vraag hoe ouders in gesprekken reageren. “Ouders laten in die periode crisisreacties zien en het is lastig daarop te reageren als je dit niet gewend bent. En daarmee gaat gepaard: onzekerheid over wanneer doe je het goede?” Eline pleit ervoor om die onzekerheid meer te omarmen. Je moet het niet willen oplossen. “We moeten ermee leren omgaan”, vindt Eline.

“Een ander belangrijk inzicht is dat goede zorg voor verlies en rouw niet betekent dat het altijd besproken moet worden. Je mag het ook wel eens laten als ouders bijvoorbeeld proberen te focussen op de goede en mooie momenten. Ouders zijn zich heel bewust van het aankomende levenseinde van hun kind, maar op veel momenten willen zij hun gevoelens van verlies en rouw juist wat kleiner houden. Om dingen te kunnen doen die gedaan moeten worden en juist genieten van de tijd die ze nog hebben met hun kind.”

 

Van onderzoek naar praktijk

De gesprekken leverden mooie inzichten op. Maar hoe vertaal je dit dan naar de praktijk?

“Als basis hebben we meegewerkt aan de module ‘rouw- en nazorg’ binnen de herziening van de richtlijn kinderpalliatieve zorg. Vanuit ons onderzoeksteam hebben we de e-learning Verlies en Rouw ontwikkeld. In deze e-learning bieden we zorgverleners praktische handvatten en tips over de omgang met verlies en rouw bij ouders. Daarnaast hebben we twee folders ontwikkeld voor het houden van een nazorggesprek. Met als doel dat in dat gesprek de behoeften van beide partijen beter tot hun recht kunnen komen en ze beide meer uit het gesprek kunnen halen”, vertelt Eline. Er is een foldervariant voor zorgverleners die houvast kan bieden met betrekking tot welke onderwerpen je kunt bespreken en hoe je die kan introduceren. Daarnaast is er ook een folder voor ouders die helpt in de voorbereiding van het gesprek. Hiermee ervaren ze meer regie en weten ze wat ze kunnen verwachten.

“Tot slot hebben we ook drie films gemaakt. De eerste gaat over verlies en rouw bij ouders van een ernstig ziek kind. De tweede richt zich tot ouders waarvan hun kind is overleden. En de derde gaat over het nazorggesprek. Met deze films hopen we ouders steun en herkenning te bieden. We hebben hiervoor ouders gevraagd met ons mee te lezen. En we hebben hen vooral ook gevraagd mee te denken over hoe we de video’s nog beter kunnen laten aansluiten op de beleving en behoeften van ouders”, zegt Eline.

Eline hoopt dat verlies en rouw meer genormaliseerd worden en zorgverleners er passend mee om kunnen gaan. Ook voor het daadwerkelijke overlijden.

 

Drijfveer en dromen

Eline kijkt enthousiast als zij vertelt wat haar droom is: “De zorg van nu is heel goed en daardoor zien we ook dat kinderen met levensduurverkortende of levensduurbedreigende aandoeningen langer leven. Daardoor zien we dat andere dingen een rol gaan spelen en steeds belangrijker worden in de dagelijkse zorg: de psychosociale kant en de invloed van de ziekte op het gezin, inclusief de verlieservaringen. Ik hoop dat we die psychosociale kant beter kunnen integreren in de dagelijkse zorg, die nu al op zo’n goed niveau geboden wordt.”

 

Heeft u vragen over emBRACE?

Mail gerust naar Eline Kochen (project uitvoerder, Expertisecentrum Palliatieve Zorg Utrecht, UMC Utrecht) of Marijke Kars (projectleider, Expertisecentrum Palliatieve Zorg Utrecht, UMC Utrecht) via emBRACE-study@umcutrecht.nl.

 

De folders, video’s en e-learning zullen na de zomer beschikbaar zijn. Meer informatie hierover volgt.
 

*De emBRACE study is tot stand gekomen met financiering door ZonMw (projectnummer: 844001506).


Deel deze pagina

Mogelijk ook interessant


Terug naar nieuwsoverzicht

Heb je nog vragen?

Neem dan contact op met:

Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg