Dimensions
fa-heartbeat

What is pediatric palliative care?

Pediatric palliative care is the comprehensive care provided to children and young people with life-threatening or life-shortening conditions. It focuses not only on treatment and pain relief, but also on everything that makes life bearable and meaningful. Care begins with diagnosis and continues beyond a potential death, including support for loss and grief. The goal is simple: to make life as good as possible—for the child and their family.
 
Pediatric palliative care has four dimensions:

Dimension
What it's all about
Medical (and nursing)
Treatment, symptom management, pain relief and use of aids.
Always tailored to what suits the child and the family.
Mental
Support for feelings of fear, sadness, anger, or uncertainty. Support in managing emotions and maintaining resilience.
Social
Support for organizing care, school, work, and daily life. Attention to relationships, resilience, and the support network surrounding the family.
Meaning
Dealing with existential questions, finding meaning and purpose — what gives life value, even if it is short?


The role
fa-briefcase-medical

The role of the social domain

Children who are seriously ill, along with their families, need more than just medical (physical) care. They want to continue participating in normal life whenever possible: going to school, playing sports, staying in touch with friends, and spending time together as a family.

It is precisely there that the municipality plays an indispensable role.

Within the social domain, municipalities offer support in the areas of healthcare, welfare, youth care, and participation. This includes the Youth Act , the Social Support Act (Wmo) , and the Participation Act . The municipality is often the first point of contact for parents. A listening ear and collaboration on customized solutions can make a big difference in these situations.


Laws
fa-balance-scale-left

Support through various laws

Municipalities can support families through various laws within the social domain:

  • Youth Act : guidance for a child and the family at home, attention and support for siblings, and assistance at school to enable learning.
  • Wmo : aids, home adjustments and household help.
  • Respite care : temporary relief for parents so that they can continue to care.
  • Aftercare : support with loss and grief, including living loss, for both the child and the family.
  • Personal care : in some cases this is possible through the Youth Act, if a child is not (yet) entitled to care through the Wlz.

By using these resources correctly (and sometimes flexibly), municipalities can really provide relief for families.


Stay informed!

Would you like to be informed about developments in pediatric palliative care and the social domain?

Policy choices
fa-address-card

How municipalities can make a difference

By making conscious policy choices, municipalities can really make a difference.

Some handles:

  1. Invest in the expertise of policy officers and neighbourhood teams regarding families with a seriously ill child.
  2. Appoint a permanent contact person so that families do not have to repeat their story over and over again.
  3. Enable fast and flexible assistance , for example with emergency procedures or temporary facilities.
  4. Include respite care and psychosocial support in structural policy.
  5. Collaborate with the regional Integrated Childcare Networks to ensure that expertise is available close to families.

Sometimes one phone call, one contact person, or one exception in policy is enough to give a family some breathing room.

Floor
fa-users

In depth: collaboration and continuity

Cross-domain indexing

Families with a seriously ill child often have to deal with multiple agencies: the municipality, health insurer, CIZ (Center for Healthcare and Care), and the care office. Cross-domain assessment ensures that these organizations converge in a single, integrated process.

Within each regional assessment team, professionals work together to develop appropriate assessments across domains for the child and family. This means less paperwork, less repetition, and more time for what really matters.

The transition from 18 to 18+: continuity in care and support

The transition from youth care to adult care is often a major step for young people with a life-threatening condition. At eighteen, funding, the care team, and sometimes even the location of treatment and support often change.

Municipalities can do a lot here:

  • Make room for customization.
  • Ensure smooth handovers between the Youth Act and Social Support Act (Wmo), and between childcare and adult care. Start this early.
  • Collaborate with health insurers, care offices, and schools to ensure smooth support.
  • Continue to pay attention to psychosocial support and respite care, even after the 18th birthday.

A good transition means peace, security and continuity for young people and their families.


Experience story
fa-hand-holding-heart

Read Catharina's story about Wim, care and getting lost in the system

Why investing in pediatric palliative care pays off

Investing in children's palliative care within the social domain is not only human, but also sensible:

  • More confidence in the municipality
  • Fewer crisis situations and more serious care needs
  • Lower social costs
  • Families continue to function better
  • Children can be children

A well-organised social domain offers families peace and confidence, and strengthens the resilience of society.

Expand your knowledge

Watch the webinars and podcast for more depth and inspiration:

Webinars

Podcast

Moving forward together

Pediatric palliative care is a shared responsibility of medical professionals and municipalities. The social domain is key to providing families with the support they need. By sharing knowledge, collaborating, and offering tailored solutions, municipalities can make a difference—in policy and in the daily lives of families.

More information or questions?
Read the position paper 'The role of municipalities in pediatric palliative care' (2025),
or contact the Knowledge Centre for Pediatric Palliative Care or the Integrated Child Care Network in your region.

Would you like to stay informed about developments in pediatric palliative care and the social domain?

Then sign up for our newsletter.

demo content

Zingeving

Related news

De rol van de huisarts: samen optrekken in de kinderpalliatieve zorg

Kinderen met een levensbedreigende aandoening zijn vaak vooral onder behandeling in het ziekenhuis. Welke rol blijft er dan over voor de huisarts?


Wat kan een huisarts betekenen voor een kind dat gaat overlijden en voor het gezin daaromheen? Het is een vraag waar weinig huisartsen een pasklaar antwoord op hebben, simpelweg omdat ze er zelden mee te maken krijgen. Juist omdat het zo weinig voorkomt, zijn huisartsen in de kinderpalliatieve zorg vaak zoekend naar hun rol: wanneer stap je naar voren, hoe verhoud je je tot het ziekenhuis waar vaak de medische regie ligt. En hoe werk je daarin samen?

Voor huisarts Susan Garritsen werd die vraag pas echt concreet toen duidelijk werd dat Seppe, een jonge patiënt uit haar praktijk, zou gaan overlijden. In het traject met Seppe en zijn gezin leerde zij hoe ze voor hem en zijn gezin van betekenis kon zijn. In een situatie waarin de zorg grotendeels ergens anders ligt; niet op de voorgrond, maar aanwezig en betrokken. Als aanspreekpunt, met oog voor hoe het thuis gaat, en als een vertrouwd gezicht voor het gezin. ‘Het voelde alsof ik een klein schakeltje was in een groter systeem,’ blikt ze terug. ‘Maar gaandeweg merk je dat die rol toch groter is dan je misschien zelf denkt. Juist omdat je als huisarts blijft, ook op het moment dat anderen loslaten.’

De huisarts op afstand en toch dichtbij

Seppe en zijn gezin waren al langere tijd patiënt in de huisartsenpraktijk van Susan Garritsen. Seppe had de klassieke vorm van PKAN, een zeldzame en ernstige aandoening, waardoor de medische zorg zich grotendeels in het ziekenhuis afspeelde. Dat is kenmerkend voor kinderen met een levensbedreigende of levensduurverkortende ziekte: de regie ligt vrijwel volledig in de tweede lijn. Niet alleen voor complexe behandelingen, maar ook voor klachten die normaal gesproken bij de huisarts thuishoren. ‘Ook bij een oorontsteking of een griep komen deze kinderen niet bij de huisartsenpraktijk, maar worden ze door de behandelend kinderarts gezien,’ vertelt Susan. Daardoor kom je deze kinderen in de praktijk eigenlijk nog maar weinig tegen en ben je als huisarts vooral ondersteunend voor het gezin. Niet zozeer voor de medische zorg, maar meer in een relationele en signalerende rol. ‘Je probeert zicht te houden op wat er thuis speelt: hoe het met de ouders gaat, hoe het gezin zich staande houdt, wat het betekent voor broertjes en zusjes. Want, zoals moeder Renee het destijds verwoordde: “Niet alleen Seppe was ziek. Ons hele gezin was ziek.”’ Juist omdat de zorg zich zo sterk tussen thuis en ziekenhuis afspeelt, is het belangrijk dat huisarts en ziekenhuis goed van elkaar weten wat er speelt en elkaar weten te vinden wanneer dat nodig is. Volgens Susan is het daarom essentieel dat die verbinding tijdig wordt gelegd en niet pas op het moment dat een kind naar huis gaat om de laatste fase thuis door te brengen. Die samenwerking is echter niet vanzelfsprekend.

Samenwerken waar dat niet vanzelf gaat

De communicatie tussen huisarts en ziekenhuis verloopt vaak via brieven, met vertraging tot gevolg, waardoor je als huisarts soms pas laat hoort wat er is gebeurd. Ook direct contact is niet eenvoudig. ‘Het is niet een kwestie van niet willen. Je hebt allebei te maken met overvolle spreekuren. Je belt, maar op het moment dat zij terugbellen, zit jij alweer midden in een consult,’ vertelt Susan. ‘Soms ben je langer bezig met iemand proberen te bereiken dan met het gesprek zelf.’ Nieuwe vormen van overleg, zoals meedenkconsulten, lossen dat niet per se op. ‘Dan stuur je een vraag naar een specialist via een systeem,’ zegt Susan. ‘Dat lijkt handig, maar je spreekt elkaar daardoor juist nog minder. Elkaar even zien of spreken helpt echt.’ In de praktijk gebeurt dat nog te weinig, terwijl je juist in palliatieve situaties korte lijnen nodig hebt.

Toch zag Susan in het traject rond Seppe ook hoe het anders kan, toen er op initiatief van moeder Renee wél ruimte ontstond om elkaar echt te spreken en samen op te trekken.

Wat er verandert als je elkaar wél spreekt

De ouders van Seppe wilden dat hij in zijn eigen vertrouwde omgeving zou overlijden. In een videomeeting kwamen de zorgprofessionals die betrokken waren bij deze laatste fase met elkaar in contact: vanuit het ziekenhuis, de eerste lijn en de zorg thuis, waaronder het KinderComfort Team, de kinderthuiszorg en de huisarts. Met elkaar bespraken ze wat Seppe en zijn gezin nodig hadden.

‘Ik heb in deze situatie gezien hoe mooi het kan zijn als je echt met elkaar spreekt,’ vertelt Susan. ‘Elkaar even in de ogen kijken. Dat persoonlijke contact werkt door op latere momenten.’ Directe telefoonnummers werden uitgewisseld en er werden afspraken gemaakt over bereikbaarheid. Het maakte het mogelijk om echt samen op te trekken in de zorg rond Seppe en zijn gezin. Gaandeweg werd duidelijk wie welke rol had en ontstond het besef: we doen dit samen, je staat er niet alleen voor. Dat bracht rust en vertrouwen. Door samen te kijken, af te stemmen en verantwoordelijkheid te delen, kon de zorg zich steeds meer richten op wat nodig was in die fase. Zo werd het mogelijk om gezamenlijk toe te werken naar het einde van Seppe’s leven. Voor moeder Renee betekende dit dat zij een stap terug kon doen. Pas toen werd zichtbaar hoeveel er daarvoor bij haar als ouder had gelegen. ‘Eigenlijk hadden wij als zorgverleners eerder proactief moeten zijn,’ zegt Susan. ‘Ouders hebben te lang zelf de regie moeten voeren.’ Voor haar is dat een belangrijk leerpunt.

Wat deze zorg vraagt van de huisarts

Het traject met Seppe heeft Susan blijvend gevormd, als huisarts en als mens. Het liet haar zien wat de rol van een huisarts in de kinderpalliatieve zorg kan betekenen: samen optrekken, met duidelijke rollen en tijdig contact. Maar ook hoe veel er soms bij ouders komt te liggen en hoe belangrijk het is om daarin verantwoordelijkheid te delen. ‘Wat kan ik uit handen nemen?’ Die vraag werd voor haar steeds belangrijker in dit traject. Het liet haar niet alleen kijken naar haar rol als huisarts, maar raakte haar ook persoonlijk. ‘Je kijkt ook naar je eigen situatie, als moeder van kinderen. Het laatste stuk heb ik onrustig geslapen.’ In die periode merkte ze hoe belangrijk het is om er als zorgverlener ook zelf niet alleen voor te staan. ‘Na het overlijden hadden mijn collega’s mijn spreekuur leeggehaald. Er stond koffie en wat lekkers. Dat was zó belangrijk.’

Tijdens het traject rond Seppe en in het contact met het gezin, de andere zorgverleners en haar eigen collega’s heeft Susan gezien waar het in de kinderpalliatieve zorg om draait: samenwerken, elkaar zien en dragen waar dat nodig is en het besef dat je het niet alleen hoeft te doen. Zo ontstaat ruimte voor iedereen om van betekenis te zijn, ieder vanuit zijn eigen rol. En voor een huisarts houdt die rol niet op bij het overlijden van een kind. Waar veel zorg wegvalt, blijft een huisarts in de tijd die daarna komt. ‘Ik heb Seppe gekend, ik ken het verhaal. En juist daarom kan ik er als huisarts op een andere, meer betekenisvolle manier zijn voor de ouders en de broers en zusjes,’ besluit Susan.

 

Dit artikel is ontwikkeld voor NPPZ II – Kind en Jongere en draagt bij aan meer zichtbaarheid en erkenning van de rol van huisartsen in de eerstelijnszorg binnen de kinderpalliatieve zorg.


share this page

Might also be interesting


Back to news overview

Heb je nog vragen?

Neem dan contact op met:

Het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg