Skip to main content

De laatste levensfase

De laatste levensfase

Het is een situatie waarvan je had gehoopt dat het jouw gezin nooit zou overkomen: je kind is ernstig ziek en zal niet meer beter worden. Er kan een moment komen dat je afscheid moet nemen van jouw kind, na een lange tijd van ziekte of heel onverwachts. 
 
Op het moment dat de levensverwachting van een kind korter wordt, kunnen bij gezinnen andere vragen gaan spelen. Het kan waardevol zijn om te weten wat je kunt verwachten als je kind bijna gaat overlijden. Het kan ervoor zorgen dat jij als ouder, je naasten, en je kind beter zijn voorbereid op wat komen gaat. Dit kan ook een deel van je angsten en zorgen wegnemen. 
 
Ook kunnen soms vragen ontstaan over beslissingen rond het levenseinde. Het kan helpen als ouder om te weten welke beslissingen er zijn, en hoe je daar met elkaar, of met zorgverleners over in gesprek kunt gaan.  

De laatste levensfase
Informatie rond de laatste levensfase
fa-user-md

Informatie rond de laatste levensfase

Ga direct naar:

Waar hebben we het over als we over de laatste levensfase praten? 

Voor veel kinderen met een levensbedreigende aandoening is de levensverwachting onzeker. Goede palliatieve zorg begint vaak al vroeg, en kan soms jaren duren. Naarmate de ziekte vordert zal de behandeling zich meer gaan richten op het bieden van comfort, in plaats van op de ziekte zelf. Centraal staat de verlichting van de klachten en de kwaliteit van leven.  

De laatste levensfase wordt ook wel de palliatief terminale fase genoemd. In deze fase weten we dat het kind niet meer beter zal worden, en dat het overlijden binnen afzienbare tijd te verwachten is. Deze fase kan weken of maanden duren. Ook kan het zijn dat je kind tijdelijk herstelt. Het allerlaatste deel van het leven heet de stervensfase. Dit is de fase die direct voorafgaat aan het overlijden.  


Wil je meer weten? Lees dan verder over:

Zorg in de laatste levensfase

In de laatste levensfase is de zorg gericht op het geven van comfort aan het kind. Kwaliteit van leven, en het verminderen van lijden staan daarbij centraal. Om ervoor te zorgen dat je kind zo min mogelijk pijn en klachten heeft, kunnen verschillende middelen gegeven worden. Dit kan soms vragen voor ouders oproepen. Op onze pagina ‘pijnbestrijding in de laatste levensfase’ lees je hier meer over. 
 
Waar vindt zorg plaats? Veel gezinnen kiezen ervoor om de zorg in de laatste levensfase thuis in te richten, maar dit hoeft niet; ziekenhuizen of instellingen zoals een (kinder)hospice kunnen worden gekozen. Het helpt om met je zorgverlener in gesprek te gaan over welke mogelijkheden er voor jullie gezin zijn. 
 


Vroegtijdig in gesprek. Het kan waardevol zijn om op tijd met je zorgverlener in gesprek te gaan over jullie vragen en wensen voor de zorg in de laatste levensfase. Daarbij kan het bijvoorbeeld belangrijk zijn om te bespreken: 

  • Waar zouden jullie willen dat je kind de laatste weken zorg ontvangt?  
  • Wie is in de laatste levensfase de hoofdbehandelaar van jullie kind?  
  • Welke stappen kunnen worden gezet als de klachten van je kind verergeren? 
  • Is er psychosociale of geestelijke ondersteuning mogelijk voor jullie kind of gezin?  

In de laatste levensfase van je kind kan het volgen van je eigen intuïtie belangrijk zijn. Daarmee bedoelen we dat je mag luisteren naar wat jouw gevoel je vertelt en wat je gevoelsmatig weet. Jij kent je kind door en door. Als je dit op tijd bespreekbaar maakt met je zorgverlener, kun je samen dit laatste stukje zo passend mogelijk vormgeven. Op onze pagina over vroegtijdige zorgplanning lees je meer over hoe gezinnen en zorgverleners met elkaar kunnen praten over passende zorg.  

Wil je meer weten?

Lees meer over de zorg die kan bijdragen aan comfort in de laatste levensfase.

Ontdek welke ondersteuning er is voor jou en je gezin.

Voorbereiden op het overlijden

Als het overlijden dichterbij komt, kun je als ouders nieuwe vragen of ondersteuningsbehoeften hebben. 

Bij kinderen kan het soms moeilijk zijn om in te schatten wanneer de stervensfase nadert. Op onze pagina “hoe ziet de laatste levensfase eruit” beschrijven we een aantal veranderingen die je in voor het overlijden kunt zien. Wees je ervan bewust dat elk kind uniek en elk overlijden anders is. Heb je het vermoeden dat de stervensfase nadert? Bespreek dit dan met het zorgteam. Het kan zijn dat zij dat nog niet zien aankomen, terwijl jij wel het gevoel hebt dat je kind binnenkort komt te overlijden. 

“Ik voelde aan alles dat ‘het einde’ in zicht was, hoewel er nog geen concrete tekenen waren. Maar ik had nesteldrang, werd onrustig, wilde mijn huis aan kant maken. Maanden voor haar overlijden had ik dat gevoel al. Maar er waren zorgverleners die dat gevoel totaal niet hadden en dat echt van tafel veegden. Naarmate de sterfdag van mijn dochter dichterbij kwam, zelfs een week van tevoren, dachten zij nog steeds dat er niks aan de hand was. Ik heb een liniaal getekend en de vraag gesteld: waar denk jij dan dat ze in het ziekteproces zit? Sommige zorgverleners kruisten een 2 aan en anderen een 7. En ik zat 1 millimeter bij de 10 vandaan. Dat gaf in één oogopslag weer waar iedereen in het proces staat. Dat was heel verhelderend. Daardoor konden we weer met elkaar communiceren."

- Ouder

Aanwezig kunnen zijn voor je kind. 

Hoewel ouders zich soms machteloos voelen in de laatste levensfase, kun je als ouder veel betekenen voor je kind, gewoon door er te zijn. Op onze pagina over er kunnen zijn voor je kind in de laatste levensfase vertellen we hier meer over. Kinderen kunnen anders reageren op slecht nieuws dan volwassenen. Onze pagina over emoties geeft handreikingen die je helpen om te gaan met emoties die jouw kind in deze laatste levensfase kan ervaren.

Broertjes en zusjes.

In de laatste levensfase zal veel aandacht naar het zieke kind gaan. Maar ook voor broers en zussen is het ontzettend belangrijk om betrokken te worden bij het overlijden, en passende ondersteuning te krijgen. Op onze pagina over Broers en zussen (brussen) vind je hier informatie over. Bovendien heeft onze boekenkast boeken en informatie voor kinderen van alle leeftijden om te praten over de dood.  

Misschien heb je na het lezen nog vragen of wil je over bepaalde onderwerpen meer weten. Schroom dan niet om contact op te nemen met de betrokken zorgprofessionals. Zij zorgen ervoor dat je kind tot het einde de best mogelijke zorg krijgt en dat jullie als gezin samen nog een waardevolle tijd kunnen doorbrengen.

Na het overlijden

Na het overlijden stopt de zorg voor jullie gezin niet. Nazorg helpt gezinnen stap voor stap bij het verlies en deze nieuwe werkelijkheid. Op onze pagina over nazorg vind je informatie en hulpbronnen die jullie kunnen helpen.

In gesprek over beslissingen rond levenseinde
fa-comments

In gesprek over beslissingen rond het levenseinde

Ga direct naar:

Met de juiste zorg en ondersteuning lukt het gelukkig vaak om kinderen met een levensduurverkortende of levensbedreigende aandoening een zo goed mogelijke kwaliteit van leven te bieden.

Soms komt er echter een moment waarop het lijden van een kind zo groot wordt dat palliatieve zorg niet meer voldoende helpt om dit te verlichten. Dan kunnen er vragen ontstaan over keuzes die mogelijk invloed hebben op hoe lang een kind nog leeft. We noemen dit levenseindebeslissingen.

Soms zijn het ouders zelf die deze vragen zelf stellen. In andere situaties nemen zorgverleners het initiatief om dit onderwerp voorzichtig bespreekbaar te maken. De onderstaande kennisclips kunnen helpen door alvast een aantal vragen over beslissingen rond het levenseinde te beantwoorden.

Welke levenseindebeslissingen kennen we voor minderjarigen?

In Nederland kennen we verschillende beslissingen die de levensduur van kinderen kunnen beïnvloeden. Zo kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een levensverlengende behandeling, maar ouders en artsen kunnen ook samen kiezen voor een beslissing die de levensduur mogelijk verkort. 

Voorbeelden hiervan zijn: 

  • Behandelbeperkingen: Het afzien van een bepaalde behandeling noemen we een 'behandelbeperking'. Zo kunnen ouders en artsen samen beslissen om een kind niet meer alle levensverlengende chemokuren te geven. 
  • Een niet-reanimeren beleid. Een niet reanimeren beleid is een vorm van een behandelbeperking waarbij wordt afgesproken dat als het kind zo er 
    nstig achteruit gaat dat reanimatie nodig is, dat dit niet wordt gedaan zodat het kind zal komen te overlijden.
  • Het stoppen of niet starten van een levensverlengende behandeling, zoals beademing.
  • Palliatieve sedatie: Bij palliatieve sedatie wordt het bewustzijn in de laatste fase van het leven verlaagd om ondraaglijk lijden te verlichten. Hierdoor wordt het lijden van het kind verlicht.   
  • Actieve levensbeëindiging en euthanasie. Voor actieve levensbeëindiging en euthanasie gelden in Nederland speciale regels.  

Hulpmiddelen/naslagwerken:

Wanneer zijn beslissingen rond het levenseinde toegestaan?

Voor beslissingen zoals behandelbeperkingen, het stoppen of niet starten van een behandeling of palliatieve sedatie geldt dat deze beslissingen onderdeel zijn van de gewone zorg. Dit betekent dat artsen en gezinnen samen tot een beslissing kunnen komen, zonder dat daar aanvullende regels voor nodig zijn. Meer informatie hierover is te vinden in de richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen. Voor actieve levensbeëindiging of euthanasie gelden in Nederland wel specifieke wettelijke kaders. Dit is alleen toegestaan in zeldzame omstandigheden. Daarbij gelden er verschillende voorwaarden voor verschillende leeftijdsgroepen. Het is belangrijk om te weten dat er geen recht op levensbeëindiging bestaat. Dat houdt in dat ouders of kinderen een arts niet kunnen verplichten om een levensbeëindigende handeling uit te voeren.

 
Onderstaand schema geeft inzicht in de regels. Actieve levensbeëindiging en euthanasie bij minderjarigen komt in Nederland heel weinig voor, en wordt alleen in zeldzame gevallen uitgevoerd. Op onze pagina over actieve levensbeeindiging voor minderjarigen vertellen we meer over wat deze regels zijn, en in welke omstandigheden artsen en ouders en soms samen voor kunnen kiezen om actieve levensbeëindiging uit te voeren. 

Hulpmiddelen/naslagwerken:

Hoe ga je in gesprek over beslissingen rond het levenseinde?

Veel ouders vinden het lastig om vragen te stellen over de dood of over beslissingen rond het levenseinde. Ook voor zorgverleners kan het erg lastig zijn om met ouders te praten over het levenseinde.  
 
Het is belangrijk om dit onderwerp met elkaar bespreekbaar te maken. Door vroegtijdig met elkaar in gesprek te gaan heb je de ruimte om alle opties te verkennen. Zo voorkom je dat je op het moment dat er acuut iets met een kind aan de hand is, deze gesprekken nog moet voeren. Vroegtijdige zorgplanningsgesprekken kunnen een goed moment geven om op tijd met je arts hier over te praten.  

Kindercomfortteams KCT en de Netwerken Integrale Kindzorg NIK kunnen je helpen als de gespreksvoering met je behandelend arts over deze onderwerpen moeilijk is.  

Tips

Hierbij een paar extra tips voor ouders bij het bespreken van levenseindebeslissingen.

Je staat er niet alleen voor

Het praten over levenseindebeslissingen is vaak moeilijk. Ouders kunnen zich schuldig voelen, zoeken naar de juiste woorden of bang zijn dat het stellen van deze vragen problemen oplevert. Tegelijkertijd weten we uit onderzoek dat veel ouders in deze fase met dit soort gedachten rondlopen. Of je nu kiest voor levensverlenging of vragen hebt over het levenseinde: je bent hierin niet alleen.

Wacht niet tot iemand anders begint

Voel je behoefte aan een gesprek? Je hoeft niet af te wachten tot een arts dit onderwerp aansnijdt. Je kunt als ouder zelf het initiatief nemen en een gesprek aanvragen. Het helpt om vooraf aan te geven waar je het over wilt hebben, zodat je zorgverlener hier voldoende tijd voor kan vrijmaken.

Maak gebruik van ondersteuning

Via het Kenniscentrum en andere platforms voor ouders zijn verschillende hulpmiddelen en informatie beschikbaar die kunnen ondersteunen bij de voorbereiding en het voeren van een gesprek. In de tips en bronnen hieronder vind je een aantal voorbeelden die je hierbij kunnen helpen. 

Kies een omgeving die voor jou werkt

Denk na over wat jij nodig hebt om rustig en open te kunnen praten. Wil je dat je kind erbij is, of juist niet? Heb je steun aan iemand die met je meegaat? Kan het helpen om je gedachten vooraf op papier te zetten? De mogelijkheden verschillen per zorgsetting, maar je kunt bijvoorbeeld vragen of er iemand op je kind kan letten tijdens het gesprek, of nagaan of een geestelijk verzorger, begeleider of maatschappelijk werker kan aansluiten.

Spreek verwachtingen naar elkaar uit

Het kan zijn dat jij en je arts verschillende verwachtingen hebben van het gesprek. Neem daarom even de tijd om dit vooraf te bespreken. Zie je het als een eerste verkenning, of wil je tot een beslissing komen? Verwacht je dat er vervolgafspraken nodig zijn? Door dit duidelijk te maken, voorkom je misverstanden of teleurstellingen.

Leg afspraken duidelijk vast

Hebben jullie een goed gesprek gehad? Bespreek dan samen wat de volgende stap is. Komt er een vervolg? Moeten gemaakte afspraken worden opgenomen in een zorgplan? Zijn er anderen die betrokken kunnen worden als dat nodig is? Door afspraken goed vast te leggen, blijft voor iedereen duidelijk wat er is afgesproken en voorkom je onduidelijkheid achteraf.

 

Wil je meer weten? Lees dan verder over:

Heb je nog vragen?

Neem dan contact op met:

Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg

info@kinderpalliatief.nl