Skip to main content
Home  › ... Actueel

Onderzoek laat zien hoe samenwerking in de kinderpalliatieve zorg beter kan

Wat helpt en wat belemmert de samenwerking tussen zorgverleners in de eerste, tweede en derde lijn in de kinderpalliatieve zorg?


Bij kinderpalliatieve zorg zijn vaak veel zorgverleners betrokken. Goede samenwerking is dan belangrijk. Toch blijkt dat die samenwerking in de praktijk niet altijd vanzelf gaat. Binnen het KOMPAS-project onderzochten onderzoekers wat samenwerken helpt en wat het juist moeilijk maakt. De resultaten van deze eerste deelstudie zijn nu gepubliceerd.

Bij een kind met een levensduurverkortende aandoening zijn vaak veel zorgverleners betrokken. Denk aan het ziekenhuis, de huisarts, de wijkverpleging en andere zorgverleners. Samen met ouders vormen zij een netwerk rondom het kind. Goede samenwerking binnen dat netwerk is belangrijk om de zorg goed aan te laten sluiten bij wat het kind en het gezin nodig hebben. Toch ervaren ouders en zorgverleners dat samenwerken niet altijd gemakkelijk is. Soms is niet duidelijk wie allemaal betrokken zijn. Ook zijn rollen en verantwoordelijkheden niet altijd helder of wordt belangrijke informatie niet goed gedeeld.

Onderzoek naar samenwerking rond negen kinderen

KOMPAS onderzocht wat goede samenwerking tussen zorgverleners en ouders helpt en wat die juist belemmert. Dat deden zij rondom negen kinderen die kinderpalliatieve zorg ontvingen. Ze spraken met 14 ouders en 39 zorgverleners over hun ervaringen met samenwerken.

Uit het onderzoek kwamen zeven factoren naar voren die invloed hebben op de samenwerking. Die hebben onder andere te maken met het netwerk rondom het kind, de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden, gezamenlijke zorgdoelen en het gevoel van urgentie.

De onderzoekers zagen daarnaast een patroon. Na de diagnose kwam de samenwerking vaak maar langzaam op gang. Pas als de situatie verslechterde of een crisis ontstond, gingen zorgverleners intensiever samenwerken. Volgens de onderzoekers kwam dat onder meer door tijdgebrek, doordat zorgverleners niet altijd de meerwaarde zagen van het actief betrekken van andere zorgverleners of van samenwerking zelf.

Wat betekenen deze resultaten voor de praktijk?

De onderzoekers beschrijven de samenwerking rondom een kind als een gelegenheidsnetwerk: een tijdelijk netwerk van ouders en zorgverleners die niet standaard samen werken, maar wel betrokken zijn bij een kind en gezin en daarom samen moeten werken om goed voor het kind te zorgen. 

Het onderzoek laat zien dat het helpt om dit netwerk al vroeg bewust te organiseren. Breng in kaart welke zorgverleners betrokken zijn en maak afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en de uitwisseling van informatie. Zo hoeft de samenwerking niet pas op gang te komen tijdens een crisis. Daarmee wordt voorkomen dat ouders zelf de coördinatie van het zorgnetwerk moeten dragen.

Van onderzoek naar praktijk

De inzichten uit deze deelstudie zijn gebruikt om een werkwijze voor samenwerkingsgesprekken in de kinderpalliatieve zorg te ontwikkelen. Deze werkwijze is binnen het KOMPAS-project ontwikkeld en getest.

Wil je leren hoe je deze werkwijze kunt toepassen in de praktijk? Meld je dan aan voor het webinar Samenwerkingsgesprekken: als meerdere zorgverleners uit de eerste, tweede en/of derde lijn betrokken zijn. Tijdens dit interactieve webinar krijg je praktische handvatten voor het organiseren, voeren en afronden van samenwerkingsgesprekken. Aan de hand van praktijkvoorbeelden en casuïstiek ontdek je hoe je de samenwerking tussen zorgverleners en ouders kunt versterken.

Wil je meer weten?


Deel deze pagina

Mogelijk ook interessant


Terug naar nieuwsoverzicht

Blijf op de hoogte